Houdt het nooit op?
Nu weer:
Herrie om Harry (Potter)
Hoe gaan we om met de boeken van de
schrijfster
Joanne K. Rowling?
Een nieuwe folder van Bijbel & Onderwijs
over boeken die veel kinderen boeien
* ten
geleide
* allereerst: waar gaan we van uit?
* tovenaarsleerling Harry Potter
* toverspreuken en woordenlijst
* hoe gaan kinderen om met scherts?
* waarom al die ehrrie om Harry?
* raadgevingen aan ouders en leraren
* de kenofoon of toverfluit |
November 2000
Ten geleide
Er zijn nog minder mensen die nooit van Harry Potter
hebben gehoord, maar dat worden er steeds minder. De boeken die met zijn naam beginnen
zijn inmiddels al in 40 talen vertaald en zelfs China wordt met Haly Bode
overspoeld. Van de eerste drie delen:
Harry Potter en de Steen der Wijzen
Harry Potter en de Geheime Kamer
Harry Potter & de Gevangene van Azkaban
zijn er wereldwijd in enkele jaren al 35 miljoen verkocht. In totaal komen er zeven
delen, die elk gaan over een jaar opleiding aan de Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en
Hocus Pocus. Het vierde deel Harry Potter en de Vuurbeker telt bijna
600 paginas en komt december 2000 in de winkels. Daarna zullen nog drie delen de
serie compleet maken.(van het zevende deel is het slot al geschreven, maar dat blijft
voorlopig nog geheim)
Weinig boeken zullen zulke uiteenlopende reacties oproepen, zoals:
"Zou het lezen van de Harry Potter boeken kinderen aanzetten tot het occulte?
Belachelijk!"
"Ontspanning (zoals Harry Potter) toelaten die voortkomt uit de diepten van de
hel, is het oproepen van rampspoed."
De Harry-boeken zijn uitgegeven bij De Harmonie Amsterdam/Standaard Antwerpen (f
29,50). Zij vormen het debuut van de Engelse schrijfster J.K. Rowling en zijn uitstekend
en vindingrijk vertaald door Wiebe Buddingh.
Wij hebben tal van Harry Potter-sites van het Internet bekeken, waarvan de
velen met lofbetuigingen van jonge en volwassen fans. Eén van hen, Jenna, heeft een open
brief aan de schrijfster geschreven waarin zij haar ervoor bedankte dat zij "Harry
Potter.geschapen heeft en hem met de wereld heeft gedeeld."
Van de paginas tégen zijn vooral die van Focus on the
Family goed gedocumenteerd. December 2000 verschijnt bij Verlag der Evangelischen
Gesellschaft in Wuppertal Harry PotterZauberlehrling des 21.
Jahrhunderts door de christen-cultuurvorser Klaus Rudolph Berger.
Wellicht wordt zo voor velen een bijbelvers uit het
boek Handelingen voluit actueel:
"En een groot aantal van hen die magie bedreven hadden, gooiden hun boeken op
een hoop en verbrandde ze in het openbaar. Men berekende er de waarde van en kwam op
vijftigduizend zilverstukken. Zo vond de boodschap van de Heer steeds meer verbreiding
en zo bewees zij haar kracht."-Handelingen 19:19-20
Allereerst: waar gaan we van uit?
Wat maakt iets voor kinderen tot een goed verhaal?
Om te beginnen is een goed verhaal iets waarvan kinderen kunnen genieten, waar ze graag
naar luisteren omdat het hun wereld verruimt en hun taal verrijkt. Los daarvan is het onze
taak om iets aan onze kinderen door te geven. Een goed verhaal zal een diepgaande invloed
op hun leven hebben en hun leren hoe zij over zichzelf en over de wereld denken. Kinderen
vormen de toekomst en de hoop van een land of volk. Is er hoop voor de toekomst? Kijk naar
onze kinderboeken!
1. Goede lectuur laat kinderen kennismaken met verbeelding. Dat is wat anders
dan wat tegenwoordig als fantasie geldt, want verbeelding betekent: creatief
denken, mogelijkheden zien van de door God geschapen werkelijkheid. Een kind dat leest of
luistert, construeert het verhaal in zijn of haar denken. Ons scheppend vermogen, ook onze
verbeeldingskracht, weerspiegelt de aard van onze Schepper. Die vermogens zijn van Hem
afkomstig en moeten worden gekoesterd en ontwikkeld.
2. Daarnaast is er de vorming van de woordenschat. In TV of film is die meestal
erg beperkt, want daar staat het beeld voorop. Natuurlijk wordt de kijker bij TV of film
bij het verhaal betrokken, maar bij een verhaal be-leeft het kind een heel
andere vorm van groei. Door middel van woorden maakt het kind kennis met een nieuwe, rijke
woordenschat. Net als creatieve verbeelding, is ook taal een gave van God en daarom moeten
wij onze kinderen het juiste woord geven.
3. Het derde motief om onze kinderen goede lectuur te geven is hun morele vorming.
In alle culturen komt de zedelijke ontwikkeling rechtstreeks voort uit verhalen, meer dan
uit morele uitspraken en voorschriften. Veel van Jezus onderricht kwam in de vorm
van gelijkenissen, die over de hele wereld bekend zijn geworden. Het grootste deel van de
Bijbel komt tot ons als verhalen die volwassenen en kinderen meeslepen vanwege de kracht
van hun beeldspraak waarin iedereen zich herkent en die het leven uitermate verrijken.
4. Maar hoe belangrijk de vorige drie motieven ook zijn, van wezenlijk belang is dat
het antwoord, de uitwerking van de plot, hoop biedt. Veel volksverhalen bevatten
een boodschap van hoop. Ja, zeggen de verhalen, het is soms angstig om jong te zijn en je
kunt je machteloos voelen in een duistere wereld. Toch overleven de helden in deze
verhalen en hun boodschap aan de kinderen is: die moeilijkheden zijn er om overwonnen te
worden. Ik zeg niet dat alle verhalen een happy end moeten hebben. Maar wat we onze
kinderen willen nalaten, is niet alleen lectuur die het leven beschrijft, het is een
boodschap van hoop!
Deze vier motieven bieden ons niet alleen een handvat om kinderboeken te beoordelen,
maar ook om kinderen te begeleiden bij het lezen van boeken die niet aan deze maatstaven
blijken te voldoen. En daarmee komen we weer terug bij Harry Potter.
N.B. Deze citaten verwerken in de tekst van Een eerste kennismaking
waardoor de tegenstelling er goed uitspringt
| "Zwadderich sneed zich de hand af, die
ook in de toverketel valt. Harry kan de aanblik niet verdragen. De vloeistof is in een
brandend rood overgegaan. Zwadderich kreunt van de pijn omdat zijn hand is afgesneden. |
| Het was een stem, een stem die door merg en
been ging, een stem vol angstaanjagend, kil venijn. "Kom . . . kom hier . . . ik wil
je verscheuren . . . ik wil je openrijten . . .ik wil je doden." |
| Heksenmeester D.J. Spork schrijft ons:
"Mijn vrouw lachte mij vaak uit om mijn slappe toverformules, maar reeds na één
maand van uw fabelachtige Snelspreuk-cursus, slaagde ik erin om haar in een gnoe te
veranderen! Dank u, Snelspreuk!" |
| Het verbaasde Harry niets dat de Bloederige
Baron, de uitgemergelde, starende geest van Zwadderich, die overdekt was met zilveren
bloedvlekken, angstvallig gemeden werd door de andere spoken. |
| Terwijl de leraren zich over Joost en Henk
bogen, barstte Foppe los in een lied: O Potter, t wordt steeds zotter, t
wordt haast te dol,
Je moordt de halve school uit, gewoon voor de lol. |
|
de Basilisk had zich omgedraaid. Harry
keek recht in zijn gezicht en zag dat zijn ogen, zijn enorme, gele, bolle ogen, waren
uitgestoken door de feniks; het bloed stroomde op de grond en de slang siste woedend, vol
pijn en razernij. |
Tovenaarsleerling Harry, zijn vrienden en zijn vijanden
Harry Potter lijkt een heel normale jongen, hoewel .
. . helemaal normaal is hij niet. Eigenlijk is hij heel speciaal en daarom past hij niet
bij zijn oom en tante, waar hij na het overlijden van zijn ouders woont. Het botert niet
in dat pleeggezin, want dat zijn maar gewone dreuzels, dat zijn mensen die
niet kunnen toveren.
Harry voelt zich buitengesloten maar weet zelf niet dat hij bijzonder is . . . totdat
hij brieven ontvangt om naar een speciale school voor toverkunsten te komen: de Zweinstein
Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus. Als tovenaarsleerling is Harry daar in zijn
element. In plaats van verguisd te worden, blijkt hij zelfs beroemd te zijn, omdat hij aan
de Heer der Duisternis, alias Hij-die-niet-genoemd-mag-worden, is ontkomen.
Iedereen spreekt met eerbied over deze oppermacht, die Voldemort blijkt te heten (naar het
Franse vol de mort = vleugel van de dood)
Op de Zweinstein heksenschool leren Harry en zijn vrienden Ron Wemel en Hermelien
Griffel alles om een volleerd tovenaar te worden. De volledige opleiding duurt
zeven jaar (en zeven boeken). Daarin leren de studenten--samen met miljoenen oplettende
lezers--tientallen toverspreuken, bezweringen en vloeken, recepten van toverdranken,
gedaantewisselingen, kortom, de hele tover-catechismus. Op Zweinstein is toveren een
manier om je te verdedigen, om achter de waarheid te komen, om mee te sporten. Kortom voor
de leerlingen, maar ook voor de lezers, is of wordt toveren gewoon een way of life.
Van de vele satanistische gebruiken noemen wij de dementors, de bewakers van de
gevangenis van Azkaban. Zij zijn in staat om alle gelukkige gevoelens uit je weg te halen
en spelen een belangrijke rol in Harry en de Vuurbeker. Zij voeden zich met de zielen van
hun slachtoffers en staan in dienst van Je-weet-wel, die in zijn reïncarnatie
als Vilijn de volgende uitleg geeft:
"Ik ben altijd goed geweest in het charmeren van
mensen die ik kan gebruiken, Harry, ook al zeg ik het zelf. En dus legde Ginny haar hele
ziel aan mij bloot en haar ziel was precies wat ik nodig had. Ik werd sterker en sterker
door dat dieet van haar grootste angsten, haar duisterste geheimen. . ."
De boeken eindigen met een overwinning voor de held Harry,
wiens witte magie, geholpen door het lot, sterker is dan alle zwarte magie die zijn
vijanden op hem loslaten. Tweemaal een leugen! 1. Er bestaat niet zoiets als witte en
zwarte magie, iets dat iedere satanist zal toegeven. 2. Hoewel Harry het de lezers
voordoet, kan men zijn lotsbestemming niet in eigen hand nemen, ook niet wanneer hierbij
bovenzinnelijke krachten worden aangeroepen
De toverspreuken en woordenlijst van Harry
Op de Harry Potter sites worden veel toverspreuken
en begrippen genoemd die in de boeken worden gebruikt. Wij doen een greep uit het
arsenaal:
| Enige van de toverspreuken |
Harrys ABC |
| Accio: iemand doen opkomen Alohomara:
spreuk om sloten te openen
Animagi hiermee kunnen heksen/ tovenaars zich in een dier veranderen
Aparecius: brengt iets tevoorschijn dat verdwenen was
Cruciatus: iemand op afstand martelen
Expelliarmus: ontwapeningsspreuk
Gommibommi: spreuk om iets met volle vaart weg te schieten
Lumos: geeft de toverstaf een lichtje
Impervios: spreuk om water tegen te houden
Mobiliarmus: verplaatsspreuk
Obliviate: vergeetspreuk
Petrificus Totalus: algehele verstijving
Serpensortia: zorgt ervoor dat er een slang uit je toverstaf komt
Transfiguratio: algehele verandering van de aard van iets of iemand |
Azbakan: tovenaarsgevangenis op
een eiland, bewaard door dementors Basilisk: grote, oeroude slang wiens blik al
dodelijk is
Dementors: bewakers van de gevangenis van Azkaban. Ze dragen zwarte mantels met
capuchon en halen alle gelukkige gevoelens uit je.
Dreuzels: mensen zonder toverkracht
Foppe: spook van de school Zweinstein die de leerlingen plaagt en treitert
Ochtendprofeet: de tovenaarskrant
Perron 9 3/4: vanaf dit perron vertrekt de Zweinstein Express; dit perron is
niet te bereiken voor dreuzels
Sisseltong: iemand die de taal der slangen spreekt
Sorteerhoed: oude, gerafelde tovenaarshoed, die de eerstejaars leerlingen
indeelt bij hun afdeling
De Wegisweg: winkelstraat voor tovenaars in Londen
Zweinstein: hogeschool voor hekserij & hocus pocus in een groot oud kasteel
vol geheime gangen |
Hoe gaan kinderen om met scherts?
Met de boeken van Harry Potter komt een eindeloze stoet van gruwelen op onze kinderen
af. Heel wat recensies tillen daar niet zo zwaar aan. In de boeken wordt wel eindeloos
veel betoverd en behekst, maar dat doet geen kwaad want, zo beweert men, iedereen merkt al
gauw dat de boeken badinerend (schertsend) van toon zijn.
Dat zal wel zo zijn voor volwassenen, maar hierbij wordt vergeten dat kinderen
niet kunnen badineren, tenzij ze hierop expliciet worden voorbereid. En dat gebeurt nu
juist niet, integendeel, anders zou de leeslol er al gauw af zijn.
Bovendien wijzen wij op een gevaarlijke drogreden waarmee velen redeneren. Joanne
Kathleen Rowling speelt in op de manier waarop tal van volwassenen, zelfs in de 21e eeuw
(nog steeds) denken, als zij verklaart: "Ik geloof niet in de soort magie uit mijn
boeken." Maar dat is nu juist het probleem, want de boeken van Harry Potter
romantiseren allerlei zaken die in de wereld van het satanisme een gruwelijke
werkelijkheid zijn. Wanneer hier wordt gesproken van fantasie, dan is dit niet zomaar de
kolossale en zeer productieve verbeeldingskracht van de auteur, maar de neerslag van een
reële wereld van gevallen engelen en demonen (geesten). Wie bijvoorbeeld de boeken heeft
gelezen van Dr. Rebecca Brown:
He Came to Set the Prisoners Free en Prepare for War
merkt op dat het hier helemaal niet gaat om fantasie van een
denkbeeldige wereld, maar om de gruwelijke werkelijkheid van een wereld waarvoor God de
volken van Kanaän verdreven heeft toen de maat van hun boosheid vol was, vgl.
Gen. 6:5 en 1 Kon. 14:24.
Het fenomeen Harry Potter heeft al geleid tot tal van Harry Potter
Fan Clubs en tal van jonge lezers plakken het Potterteken (een
bliksemschicht) op het voorhoofd. Men spreekt van de Harry Potter cultus en
van de nieuwe klassieken van de kinder- en jeugdliteratuur.
De Harry Potter-boeken hebben bij duizenden kinderen de interesse in tovenarij gewekt.
"De Paganistische (heidense) Federatie heeft zelfs iemand aangesteld die de stroom
van aanvragen van kinderen en jongeren behandelt. Media functionaris Andy Norfolk zegt dat
de Potter-boeken van J.K. Rowling en TV shows zoals Sabrina de Tienerheks en Buffy de
Vampierdoder waarschijnlijk deze vloed hebben veroorzaakt. "Iedere keer dat een
artikel over tovenarij of paganisme verschijnt, kwamen er heel veel aanvragen, meestal van
jonge meisjes."
In onze beoordeling van kinderboeken met een occulte strekking maken wij onderscheid
tussen
O1. Kinderen vertrouwd maken met de wereld van het occulte,
O2. Kinderen aanmoedigen om (via een handeling van inwijding) zelf die wereld te
betreden.
Het lijdt geen twijfel dat de kinderen voor wie de Harry-boeken geschreven zijn (vanaf
8 jaar) vertrouwd raken met de occulte werkelijkheid, d.w.z. dat zij gaan denken in termen
van het occulte (O1), tenzij zij zich reeds een krachtig bijbels denken hebben eigen
gemaakt. Het zal heel moeilijk zijn om dit denken ooit af te leren en in te ruilen
voor een bijbels denken. Waarschijnlijker is dat zij de Bijbel gaan lezen als
tovenaarsleerling en niet als discipel van de Meester.
Veel kinderen zullen zich in Harry Potter herkennen, want wie voelt zich niet wel eens
achtergesteld of buitengesloten? Daardoor zullen zij al gauw sympathie voor hem voelen en
zich met hem identificeren en zich daarmee openstellen voor de wereld waarin Harry
verzeild is geraakt, of liever gezegd, waar hij thuishoort. De driedimensionale wereld is
zonder begrip, bedreigend en vijandig, maar heil is er in de vierde dimensie die de
dreuzels niet kunnen zien en waartoe ze ook geen toegang hebben (een parodie
op Johannes 3 vers 3 en 5).
Pas echt gevaarlijk wordt het als kinderen aangemoedigd worden om zelf het occulte uit
te proberen, zoals een vervloeking werpen op een leraar die hen een slecht cijfer geeft
(sommige Harry Potter lezers passen deze voodoo-technieken toe).
Zowel de schrijver als veel recensenten zullen dit ontkennen, maar in een catalogus van
een boekenclub lazen wij een persoonlijk berichtje van Harry Potter aan zijn jonge lezers.
"Jullie volgen vast vol spanning mijn avonturen op
Zweinstein. . . Misschien willen jullie ook wel op die school zitten om te leren toveren!
. . . Ik daag jullie uit om een eigen, originele toverspreuk te verzinnen die helemaal in
de traditie van Zweinstein past."
Oordeelt u zelf: ervaart u dit, als volwassene, als scherts
of als een uitnodiging ten dans? Wanneer u daar zelf al even over moet
nadenken, denkt u zich dan eens even in hoe dit overkomt op een kind van tien! Zij
verstaan scherts alleen wanneer dit voor hun eigen besef duidelijk blijkt,
bijvoorbeeld uit een tegenstelling in karakters of situaties. En ook al zouden de meeste
kinderen Harry niet volgen, dan is nog ieder kind er één teveel die de proef op de som
neemt en een kleine tovenaar wordt temidden van een gezin of een (zondags)school van
dreuzels! Bijvoorbeeld door een vloek te werpen op een leraar die hem een
slecht cijfer geeft.
Waarom al die herrie om Harry?
De auteur, Jo Rowling, begrijpt niets van al die
herrie om Harry. Over de toverij en hekserij in haar boeken zegt zij: "Mijn betoverde
wereld is een wereld van de verbeelding. Ik denk dat het een morele wereld is." Maar
anderen leiden uit haar uitspraken af dat de inhoud van haar boeken haar worden
ingegeven. Vast staat dat zij een wereld oproept waarin men creatief met
toverij omgaat en waardoor kinderen occultisme en satanisme in hun wereldbeeld opnemen.
Sommige christenleiders en christenuitgevers vinden deze boeken veeleer fantastisch dan
bedreigend. "Harry en zijn vrienden doen bezweringen, lezen kristallen bollen en
veranderen zich in dieren--maar zij maken geen contact met de wereld van het
bovennatuurlijke," aldus de christenauteur Chuck (Charles) Colson.
Voor degenen die geneigd zijn om Harry met open armen te ontvangen, volgt nu een
drietal overwegingen:
1. Het occulte
Liever dan deze boeken te betitelen als een uitnodiging tot het occulte, ligt het
gevaar van de boeken van Rowling veeleer daarin dat witte heksen en tovenaars
positief worden uitgebeeld. Terecht hebben sommige christencritici gewaarschuwd tegen
desensitisatie (ongevoelig maken) voor hekserij. In een absNEWS.com interview zegt de
praktiserende heks Phyllis Curott: "Zeker, in Harry Potter zie je heksen dingen doen
die ze in het werkelijke leven niet doen. Maar het is positief. Zij zijn vriendelijk en
bedoelen het goed. Het boek maakt dat mensen anders over ons gaan denken." Met zulke
uitspraken kunnen we moeilijk volhouden dat Harry Potter geen greintje invloed heeft op
het denken en doen van kinderen.
2. Wereldse waarden
Hier hebben we het over een van de subtiele gevaren van deze boeken waar we niet
licht over moeten denken. Rowling maakt geen duidelijk onderscheid tussen haar vormen van
magie en echte hekserij (of satanisme, die er wel degelijk zijn). Daarom is de misleiding
van Harry Potter niet zozeer dat er met bovennatuurlijke machten wordt gespeeld, maar
veeleer dat wordt ontkend dat er zulke machten zijn.
Daarbij negeert Rowling elke judeo-christelijke ethiek en worden zaken als liegen,
bedriegen, de regels ontduiken, ter wille van het doel witgewassen.
3. Gewelddadig en angstwekkend
Als ik als kind Harry Potter had gelezen, zou dit mijn grootste obsessie zijn
geweest. Rowling beschrijft de vele vormen van strijd op levendige wijze. De lezer zelf
zoekt daar wel zijn beelden bij, maar de beschrijving biedt tal van bloedstollende
taferelen die elke lezer op zijn/haar eigen manier kan verwerken.
Het minste dat wij kunnen zeggen is dat Harry Potter niet geschikt is voor jonge
kinderen en dat er ook voor ouders en kinderen veel inzit dat het hen moeilijk maakt om
geestelijk gezond te blijven. Maar dat is nog lang niet alles . . .
Raadgevingen aan ouders en leraren
Hoe gaan wij nu om met onze kinderen en leerlingen
wanneer die onder de bekoring van de Harry Potter-boeken zijn geraakt? Maken wij herrie om
Harry en wat zetten wij daarbij op het spel?
Wij gaan ervan uit dat een kind van nature open staat voor alles wat hem wordt
aangereikt en daarbij uitgaat van een kinderlijk waarheidsbesef dat heel kostbaar is.
Telkens wanneer het in zijn ontwikkeling stuit op leugen en bedrog, breekt er een stukje
van zijn basisvertrouwen af. Maar de ziel groeit verder en went zich aan een wereld vol
ongerijmdheid en illogica. Boeken zoals die van Harry Potter zetten het hele normale
denken op zijn kop, bijvoorbeeld in het magisch manipuleren van de werkelijkheid. Kinderen
die al heel wat basisvertrouwen kwijt zijn, kijken hier niet van op en integreren wat zij
lezen en de scheefgroei gaat rustig door. Kinderen die in harmonie opgroeien, raken er
helemaal van in de war en kunnen onverwacht reageren, van apathie tot mogelijk dyslexie.
Wij gaan ervan uit dat iedere ouder voor zijn kind het beste wil. Daarom volgen hier
een aantal adviezen voor ouders en opvoeders om de schadelijke werking van de Harry
Potter-boeken te neutraliseren en om te zetten in het tegendeel: een besef van bijbelse
waarden en normen.
1. Besef dat ideeën die niet passen in je wereldbeeld, al gauw hun eigen wereldbeeld
oproepen. Veel christenen hebben er geen notie van wat de Bijbel allemaal over het occulte
te zeggen heeft, bijvoorbeeld in Deuteronomium, Jesaja en Corinthiërs. Leer kinderen wat
de betrouwbare bron van waarheid is en help hen met het ontmaskeren van elke leugen, zoals
het zogenaamde verschil tussen witte en zwarte magie.
2. Maak kinderen gevoelig voor Gods waarheid over alle terreinen van het
leven, ook over de vaak verwaarloosde terreinen van de geestelijke machten. Bespreek met
hen gedeelten als Deut. 32:16-18, Psalm 91 en Efeziërs 6. Geef Gods waarheid op
vriendelijke en goed onderbouwde wijze door aan hen die nieuwsgierig gemaakt zijn voor de
spirituele werkelijkheid waarvan ze nog niet eerder hadden gehoord.
3. Maak ze aan de andere kant ongevoelig voor elk contact met de wereld der
duisternis, door het creëren van afstand met de wereld van Harry Potter. Niet
door de werkelijkheid daarvan te ontkennen of te negeren, maar door hen te leren alle
gedachten uit het occultisme, spiritisme en satanisme gevangen te nemen en te brengen
onder de gehoorzaamheid aan Christus, 2 Corinthiërs 10:5.
4. Tenslotte, leer uw kinderen waar de grenzen liggen. Tegenwoordig worden zaken als
ontspanning aangeboden die leiden tot grote spanning en nachtmerries, tot
contacten die kunnen uitgroeien tot contracten met de wereld van Je-weet-wel.
Ouders en leraren hebben een grote verantwoordelijkheid als culturele
poortwachters en zijn voluit verantwoordelijk wanneer zij deze kleinen doen
struikelen.
De kenofoon of toverfluit
Toveren komt ook in de Bijbel voor, maar daar wordt het ontdaan van zijn macht. Het
kader van het Woord van God schept de afstand waardoor het niet meer angstaanjagend is,
charmerend als de Basilisk, de oeroude draak of grote slang.
Hier volgt een verhaal, een fabel, waar Paulus naar verwijst in zijn eerste brief aan
Timotheüs. Daarin gebruikt hij het woord kenofoon en waarschuwt hij tegen een
wijze van spreken waardoor het denken van de mensen wordt betoverd:
"O, Timotheüs, bewaar de paratheek (wat je is toevertrouwd). Houd je
buiten het bereik van de profane kenofoon (holle klanken) en de antitheses
(tegenstellingen) van de ten onrechte zo genoemde gnosis (kennis). Zij die de
mensen zulke loze beloften aanpraten, zijn het spoor van het geloof kwijtgeraakt." 1
Timotheüs 6:20
Zou dit het sprookje kunnen zijn waar Paulus naar verwees?
Het jonge voorjaarsgras is doorspikkeld met
bloemen. De zonnetjes van de margrieten, het korenbloemblauw en klaproosrood, je moet er
wel voor stilstaan en ervan genieten! In de schaduw van het struikgewas staat een hinde
met haar jong, door het gras ritselt een konijn, op een gevallen tak staat een wezeltje,
rank en alert. In het bos groeien de varens al hertenhoog en daaronder geeft een
egelmoeder haar kleintjes levensles. De vogels zingen het hoogste lied en de vlinders
dartelen van bloem tot bloem.
Hoor! Daar klinkt een fluit! Half-verscholen op een rotsblok zit een faun, de god van
bos en veld. Hij ziet er grappig uit, maar ook beangstigend: zijn lijf is mens en dier
tegelijk, zijn kop is sluw: doordringende ogen, wijduitstaande oren en een neus die alles
ruikt, tot waar de bergen beginnen.
Zijn kinderen, de fauni, spelen op de boswei. Vlug en lenig buitelen ze door het gras.
Zij zijn net zo leuk als de jonge dieren en niemand is bang voor hen. En de volwassen
faun? Zou die kwaad kunnen? Hij is toch maar alleen!
De Grieken eren hem als de god Pan, die de velden met planten versiert en dieren
vruchtbaar maakt. Hij speelt op zijn dwarse fluit die naar hem genoemd is: de pan-fluit.
Het is een vreemd deuntje, je moet er naar luisteren, of je wilt of niet. De dieren
verliezen hun waakzaamheid en vergeten waar ze mee bezig waren. De hinde en haar jong
komen uit de beschutte struiken te voorschijn om nog beter te kunnen luisteren.
Midden op de dag worden alle dieren ineens moe. Ze vallen zomaar in slaap op de grond,
met hun kleintjes erbij. Geen dier beweegt meer. Is dat niet gevaarlijk? Nee, want ook het
gevaar is gaan slapen, de vale gier met de buizerd en de marter incluis.
Maar de fauni slapen niet. Die klappen in hun handen en gaan aan het werk, net als de
elfen en feeën uit de landen van Noord. Ragfijne draden spannen ze over de slapende
dieren heen. Die voelen er niets van en slapen rustig door. Zachtjes neuriën ze hun
melodie en in de verte speelt Pan zijn zoete tonen.
Als alle dieren zijn ingesponnen, betrekt ineens de lucht. De eerste regendruppels
vallen, de donder rolt en de bliksem schicht. Plotsklaps schrikken de dieren wakker. Ze
willen bescherming zoeken, in hun nest of hun holletje of in de beschutting van het
struikgewas. Maar ze zitten vastgesnoerd in het faunen-web en hebben zelfs geen ruimte
over om zich los te maken.
Dan speelt de faun niet meer op zijn fluit. De donder en de storm geven hun eigen
begeleiding. Nu hij zich heeft opgericht lijkt hij ineens veel groter dan eerst. Met een
grote klauw grijpt hij de dieren één voor één op en stopt ze in een grote zak. Wanneer
het onweer wegtrekt en de zon weer bleek gaat schijnen, is de fauna verdwenen en de flora
vertrapt. Als de zon ondergaat, vult de faun zijn grote maag. Alles verslindt hij, hij
lijkt onverzadigbaar! De fauni eten en lachen met hun vader mee. Wat een mooie fluit is
dat toch, zo'n kenofoon!
Uit: De Bijbel in de Basis, deel 4B APOSTELEN,
uitg. NijghVersluys, Baarn
| Bijbel & Onderwijs Postbus
951 3800 AZ Amersfoort
Telefoon: 033-4616265 Fax: 4657900
Bezoekadres:
Puntenburgerlaan 85
3812 CC Amersfoort |
Email:
info@bijbelenonderwijs.nl Internet: www.bijbelenonderwijs.nl
Postbank: 160 7190
Bank: 43.35.51.208
Voor België: 431-153946949 |
Aanbevolen lektuur:
Klaus R. Berger, Harry PotterZauberlehrling des 21. Jahrhunderts, 128 pag.
f 15,-- (via B&O verkrijgbaar)
Enkele aanbevolen webpages:
www.family.org/cforum/teachersmag/features/a0009439.html
John Andrew Murray, Harry Dilemma
www.family.org/pplace/schoolkid/a0009678.cfm
John Andrew Murray, The Trouble with Harry
www.family.org/pplace/pi/genl/a000833.html
Lindy Beam, What Shall we do with Harry
www.family.org/pplace/pi/genl/a0012304.html
Lindy Beam, The Goblet of Fire, book review
hhtp://logosresourcepages.prg/potter.htm
David L. Brown, The Problem with Harry Potter
Duitse webpages zijn in de maak. |